Onder invloed en begeleiding van zijn ouders begon hij reeds op prille leeftijd gepassioneerd te tekenen. Het was overduidelijk dat hij zeer getalenteerd was en dat zijn creatieve producten te maken hadden met een bijzondere persoonlijkheidsstructuur. Omstreeks zijn 14e begon hij naast zijn tekenwerk te schilderen. De kwaliteit van zijn werken werd ook buiten de kring van familie en artistieke vrienden opgemerkt met als resultaat dat hij in 1972 als 16-jarig talent mocht deelnemen aan een expositie bij de Rotterdams galerie Maas tezamen met gerenommeerde kunstenaars als Le Corbusier en Jan van der Vaart.
In 1975 schreef hij zich in bij de prestigieuze Rijksuniversiteit van Beeldende Kunst te Amsterdam en een jaar later bij de Willem de Kooning Academie te Rotterdam waar hij 1979 cum laude afstudeerde in de studierichting tekenen, schilderen en grafische kunst. Zijn eindstudieproject bevatte naast schilderijen, tekeningen en etsen ook science fiction illustraties. Volgens de eindbeoordeling “behoorde hij tot de weinige studenten die eigenlijk geen student genoemd kunnen worden en voor wie de academie hoogstens een zeer indirect klankbord is voor de eigenzinnige verrichtingen”. In zijn eindexamenpresentatie was een collectie van 1300 tekeningen opgenomen.